De Rupel
De Rupel is een unieke rivier in België, ze is namelijk een rivier zonder
bron en wordt gevormd door de samenvloeiing van de Nete en de Dijle te
Rumst.
Ze is een getijrivier net zoals de Dijle en de Nete, dit wil zeggen dat
bij vloed en noordwestenstorm het water zeer hoog kan komen. Het verhogen
van de dijken langs de Rupel tot 8m hoogte was dan ook een deel van het
Sigma-plan.
De totale lengte van de Rupel is slechts 12 km. Tot 1997 was de Rupel
de enige Belgische bijrivier waarop kleine zeeschepen konden varen. Het
is een moeilijk te bevaren rivier, om de schippers te helpen staan er
bakens die aanduiden waar de vaargeul zich bevindt. Omdat grotere zeeschepen
de ondiepe en bochtige Rupel niet konden bevaren, werd er een nieuwe aansluiting
met een nieuwe zeesluis gegraven vanuit de Schelde naar het Zeekanaal
naar Brussel. Hierdoor ontstond tussen het Zeekanaal en de Rupel een eiland,
dat nu een nieuw natuurgebied geworden is genaamd 'Het Noordelijk Eiland'.
In de Rupel monden verschillende andere zijrivieren uit, zoals de Bosbeek,
de Zwarte Beek, de Fabrieksloop, e.a.. Enkele van deze zijrivieren zijn
nog steeds zwaar vervuild. Het kanaal van Brussel naar de Rupel mondde
vroeger in Klein-Willebroek in de Rupel uit. Hier vind je nog de heel
oude kanaalsluis (gesloten sinds 1979) en het oude Sashuis dat dateert
van 1608 en ingericht is als museum. Deze sluis wordt thans vernieuwd
en zal toegang geven tot het Zeekanaal, ze wordt ook nog gebruikt om de
hoeveelheid water in het kanaal te regelen.
De Rupelstreek is een gebied vol afwisseling, gelegen ten noorden van
de Rupel (op de rechteroever) tussen Rumst en Hemiksem. Je vindt er kastelen,
musea, recreatiedomeinen en natuurgebieden zoals bijvoorbeeld op het eiland
tussen de Rupel en het Zeekanaal, daarbovenop bieden de jachtpaden op
de dijken nog tal van recreatiemogelijkheden.
Op de linkeroever werd tussen Rumst en Willebroek aan zandwinning gedaan,
ter hoogte van kasteel 'De Bocht', getuige hiervan is een put die nu dienst
doet als watersportbaan 'Hazewinkel'.
Daarnaast zorgde de baksteennijverheid en de daaraan rechtstreeks verbonden
kleiontginning (Boomse klei) voor een uniek historisch landschap. Zo zijn
verscheidene niet meer gebruikte kleiputten volgelopen met regenwater
en uiteindelijk in natuurgebieden omgevormd, zoals bijvoorbeeld "de Nielse
kleiputten".
Een klein aantal van de steenbakkerijen is nog in werking. Maar je vindt
her en der ook nog leegstaande gebouwen van de vroegere steenbakkerijen
die getuigen van deze streekgebonden industrie.
Voorbij Wintam mondt de Rupel uit in de Schelde. Daar het debiet van de
Rupel verschilt van dat van de Schelde ontstaat er bij de samenvloeiing
van deze twee rivieren een soort draaikolk die "Het Wiel" wordt genoemd.
Hier moeten de schippers goed opletten, vooral bij het binnenvaren van
de Rupel.
Op de rechteroever landinwaarts ligt de Sint-Bernardusabdij van Hemiksem
(1244). Dit is een voormalige cisterciënzerabdij die nu aan drie musea
onderdak biedt.
Op de linkeroever, in de bocht gevormd door de Rupel en de Schelde, ligt
het Sint-Margriet-schoor (schoor = schor(re) of aangewassen grond). Hier
liet Napoleon een fort bouwen om de scheepvaart op dit belangrijke punt
te controleren.
Aan de overzijde van de Schelde ligt Rupelmonde, de geboortestad van Mercator.
Vlak bij de monding van de Rupel in de Schelde liggen verschillende grote
industrieën: een elektriciteitscentrale, metaalverwerkende bedrijven,
een mouterij van Heineken.
De Rupel is een rivier die getuigt van een bewogen geschiedenis en die
mee evolueert met de tijd. Oude industrieën gaan verloren en nieuwe komen
er zich vestigen. Oude natuurgebieden zijn verdwenen maar er komen er
steeds weer nieuwe voor in de plaats, dikwijls op plaatsen waar vroeger
de oude industrieën gevestigd waren.
Terug
naar het overzicht van de boottochten
Terug
naar het overzicht van de waterwegen
|