De meest indrukwekkende boottochten in Belgiƫ maak je ongetwijfeld op het Kanaal van Charleroi naar Brussel. Het is een industrieel-archeologisch paradijs doorheen de valleien van de Zenne, de Samme, de Haine. Nergens ter wereld bestaan zoveel merkwaardige waterbouwkundige constructies zo dicht bij elkaar. Waterweggebruikers benoemen het kanaal van Charleroi naar Brussel ook als Zennekanaal omdat de rivier de Zenne voortdurend in de onmiddellijke nabijheid van het kanaal stroomt en haar loop het kanaal ook op verschillende punten kruist.

Het idee om Charleroi en Brussel te verbinden via een kanaal ontstond al in de 16de eeuw. De Zenne kon toen door dichtslibbing niet meer functioneren als ontsluitingsvaarweg voor Brussel en het nieuwe kanaal dat Brussel vanaf 1561 verbond met de Rupel en de Schelde inspireerde. Pas in 1832 was het Kanaal van Charleroi naar Brussel evenwel een feit. Het verbond de Waalse steenkoolbekkens met Brussel en Vlaanderen.

Het werd een kanaal van maar 2m diep, slechts bevaarbaar voor kleine boten tot 70 ton. In totaal moesten 55 sluizen gebouwd worden, 2 bruggen en een tunnel. Om van Charleroi naar Brussel te varen waren 3 dagen nodig! Het kanaal werd vooral gebruikt voor de afvoer van steenkool.

Ondanks de vele nadelen was het kanaal lange tijd één van de belangrijke watertransportassen in België. Het verbindt immers het Scheldebekken met het Samber- en Maasbekken: via het Centrumkanaal staat het in verbinding met de Bovenschelde en via de gekanaliseerde Samber met de Maas. Na vele aanpassingen kunnen nu schepen tot 1350 ton op het kanaal. Het aantal sluizen is teruggebracht op 10 én het hellend vlak van Ronquières. Nu vaart een schip op één dag van Charleroi naar Brussel.

Het hellend vlak van Ronquières is een internationaal vermaard en zonder meer indrukwekkend kunstwerk dat in 1968 voltooid werd. In een enorme bak op rails worden de schepen over een afstand van meer dan 1400m naar een 67m hoger niveau gebracht.

Sinds 1970 wordt het kanaal steeds minder gebruikt. De hoge eisen van het hedendaagse scheepvaartverkeer, de scherpe concurrentie van weg- en spoortransport, het wegvallen van het steenkooltransport en de algemene economische recessie in Wallonië zijn daar de belangrijkste oorzaken van. Pas vrij recent is opnieuw een lichte kentering merkbaar. Ook de pleziervaart vindt meer en meer zijn weg naar de vele bezienswaardigheden van dit toch wel vreemde kanaal.

Het Centrumkanaal verbindt het Kanaal van Brussel naar Charlerloi met het Kanaal van Mons naar Condé dat op zijn beurt verbonden is met de Schelde. Het overbrugt dus het massief dat het Maasbekken van het Scheldebekken scheidt. Dit is een hoogteverschil van 90m over een afstand van maar 21km! Naast een groot aantal sluizen werden daarom in La Louvière vier hydraulische liften gebouwd. Die liften zijn nu buiten gebruik want om de aan moderne eisen van de scheepvaart te kunnen voldoen moest ook het Centrumkanaal toegankelijk gemaakt worden voor schepen tot 1350 ton. Het Centrumkanaal werd een stuk verlegd en te Strépy-Thieu kwam een ultramoderne scheepslift die in één beweging een hoogteverschil van 73m overbrugt. Het zogenaamde historische Centrumkanaal met de vier liften staan nu op de lijst van wereldmonumenten van de Unesco.